Waarom is cholesterol een risicofactor?

De natuurlijke lipide cholesterol is essentieel om je lichaam goed te kunnen laten functioneren. Cholesterol kan echter ook een risicofactor zijn. Hoe dat zit, leggen we hieronder uit.

Cholesterol wordt voornamelijk aangemaakt in de lever en een klein deel komt uit bepaalde voeding. Het is belangrijk om een goede cholesterolwaarde te hebben, zodat je lijf naar behoren kan functioneren.


Het nut van cholesterol

Cholesterol heeft een aantal belangrijke kenmerken:

  • Ten eerste zorgt cholesterol voor de aanmaak van galzuren, die essentieel zijn voor het verteren of het opnemen van vetten.
  • Cholesterol is nodig voor de aanmaakt van vitamine D, door middel van zonlicht. Deze vitaminesoort beschermt onze huid tegen irriterende chemicaliën en voorkomt daardoor uitdroging. Vitamine D is daarnaast essentieel voor de opname van calcium, een mineraal dat bijdraagt aan gezonde botten.
  • Cholesterol is de bouwstof van hormonen als cortisol en schildklier- en geslachtshormonen.

Cholesterol kan een risicofactor zijn: het speelt een belangrijke rol in de bepaling of iemand risico loopt op een hart-en vaatziekten. De plaque van vetstoffen uit dit molecuul kunnen zich gaan afzetten op de binnenwand van de slagader, en dat kan een gezondheidsrisico vormen.

De verschillende soorten cholesterol

Allereerst is het van belang te weten dat cholesterol door het bloed wordt vervoerd vanaf de lever naar de overige weefsels die het nodig hebben. Dit gebeurt met behulp van moleculen die we lipoproteïnen noemen.

Er zijn twee soorten lipoproteïnen:

  1. Low density lipoproteins, oftewel LDL: deze eiwitten vervoeren het cholesterol vanaf de lever naar de rest van de lichaamscellen.
  2. High density lipoproteins, oftewel HDL: deze eiwitten zijn verantwoordelijk voor het afvoeren van het teveel aan cholesterol vanaf de cellen naar de lever.

Er zijn dus twee typen cholesterol:


  1. Het ‘slechte’ cholesterol: dit is het cholesterol dat zich hecht aan LDL, en dat zich afzet op de binnenwanden van de slagader.
  2. Het ‘goede’ cholesterol:  dit cholesterol hecht zich aan de HDL-lipoproteïnen. Het voert het overtollige cholesterol af naar de lever.

Waarom wordt cholesterol gezien als een risicofactor?

Er is een aantal redenen waarom cholesterol een risicofactor is.

  • Een hoog cholesterolniveau kan leiden tot hypercholesterolemie. Daarom is het noodzakelijk om een gezond cholesterolniveau te houden. Het is bewezen dat mensen die een cholesterolwaarde hebben dat boven de 8,0 mmol/l ligt een verhoogd risico hebben op een hartaanval.
  • Door een verhoogd cholesterolspiegel wordt het lastiger voor de HDL-lipoproteïnen om cholesterol af te voeren naar de lever. Het overtollige cholesterol wordt dan afgezet op de binnenwanden van de slagader, waardoor de aanmaak van de plaque van vetstoffen wordt versneld. Het is een onzichtbaar, maar gevaarlijk proces.
  • Voor mensen die al ooit een hartaanval hebben gehad, of risico lopen op een beroerte, is het heel belangrijk om het cholesterolniveau laag te houden. Samengevat: het is van groot belang om je slagaders schoon te houden.

Wat zijn de gewenste cholesterolwaarden?

Wat zijn dan eigenlijk goede cholesterolwaarden?

Totaal cholesterol

Het is wenselijk om een totale cholesterolgehalte te hebben dat lager is dan 5,0 mmol/l. Ligt het niveau boven de 8,0 mmol/l, dan betekent dat je cholesterolgehalte sterk verhoogd is.

LDL-cholesterol

Omdat dit het zogenaamde slechte cholesterol is, moet de LDL-waarde zo laag mogelijk zijn; het liefst 2,5 mmol/l of lager.

HDL-cholesterol

Dit is het goede cholesterol en dus geldt: hoe hoger de HDL-waarde, hoe beter. Er is geen streefniveau. In het algemeen stelt men dat mensen minder kans lopen op hart- en vaatziekten als het cholesterolgehalte:

  • bij mannen met een HDL-niveau van hoger dan 1,0 mmol/l
  • bij vrouwen met een HDL-niveau hoger dan 1,2 mmol/l

Triglyceriden

Net als bij HDL is er voor het triglyceridengehalte geen streefwaarde. Is de waarde lager dan 1,7 mmol/l, dan is er een lager risico op hart-en vaatziekten.

Voor wie zijn cholesteroltests nodig?

Cholesterol kan een risicofactor zijn. Of en wanneer je een cholesteroltest zou moeten doen, verschilt per persoon. Het hangt er bijvoorbeeld van af of je een hart- en vaatziekte hebt, of een verhoogd risico hierop hebt. Ook je leeftijd en familiegeschiedenis spelen een rol.

Heb je een hart- en vaatziekte?

Als je een hart- en vaatziekte hebt, dan wordt je cholesterol met regelmaat gecheckt. Met de arts spreek je af hoe vaak dat moet gebeuren, want dat verschilt per persoon en situatie.

Heb je een verhoogd risico?

Er is een aantal risicofactoren waarbij het verstandig is om je cholesterol te laten meten. Ook als maar één van die risicofactoren op jou van toepassing is.

Het is verstandig om je cholesterol te laten meten, als je:

  • diabetes hebt.
  • een familielid hebt (ouder, broer, zus) die voor het 65e jaar een vaatziekte had.
  • een familielid hebt (ouder, broer, zus) met sterk verhoogd cholesterol.
  • nier minder goed functioneert.
  • een hoge bloeddruk hebt.
  • rookt en ouder bent dan 50 jaar.
  • overgewicht hebt.

Heb je geen hart- en vaatziekte?

Ook wanneer je geen hart- en vaatziekte hebt, kun je de huisarts vragen je cholesterol te meten. Als blijkt dat je cholesterol te hoog is, dan wordt de test nogmaals gedaan. Het cholesterolgehalte schommelt namelijk van nature en het kan dus best zijn dat een hogere waarde enkel een uitschieter was.